Mobiliteitsbudget Wat houdt het in en welke wijzigingen zijn gepland? Het mobiliteitsbudget is een systeem dat werknemers die beschikken over een bedrijfswagen of die ervoor in aanmerking komen, de mogelijkheid biedt om die bedrijfswagen om te zetten in een budget dat kan worden besteed aan andere mobiliteitsoplossingen. Het doel is werknemers meer keuzevrijheid te geven en tegelijk duurzame mobiliteit te stimuleren. HET MOBILITEITSBUDGET BESTAAT VANDAAG UIT DRIE PIJLERS: • Pijler 1: een CO2-vrije bedrijfswagen • Pijler 2: duurzame mobiliteitsoplossingen, zoals openbaar vervoer, fietsen, deelmobiliteit en onder bepaalde voorwaarden ook huisvestingskosten • Pijler 3: het resterende saldo dat jaarlijks (telkens in januari volgend op het jaar waarop het mobiliteitsbudget betrekking heeft) in cash wordt uitbetaald Het bedrag van het mobiliteitsbudget stemt overeen met de zogenaamde Total Cost of Ownership (TCO) van de bedrijfswagen, zijnde de totale jaarlijkse kost van de wagen voor de werkgever. GEPLANDE HERVORMING Het federale regeerakkoord 2025-2029 voorziet een stapsgewijze hervorming van het mobiliteitsbudget. De bedoeling is om het systeem verder uit te bouwen en het gebruik ervan te stimuleren als alternatief voor de bedrijfswagen. In een eerste fase zou het mobiliteitsbudget verplicht worden voor bepaalde werkgevers: • Vanaf 1 januari 2027 voor ondernemingen met minstens 50 werknemers • Vanaf 1 januari 2028 voor ondernemingen met 15 tot 50 werknemers • Er zou geen verplichting worden ingevoerd voor ondernemingen met minder dan 15 werknemers Deze maatregel maakt deel uit van een eerste fase van de hervorming, waarbij werkgevers die bedrijfswagens aanbieden ook een mobiliteitsbudget zouden moeten aanbieden aan werknemers die daarvoor in aanmerking komen. Op langere termijn wil de federale regering evolueren naar een ruimer mobiliteitsbudget dat voor een bredere groep werknemers toegankelijk wordt. Volgens de huidige informatie blijft de voorwaarde gelden dat een werkgever al minstens 36 maanden een bedrijfswagen ter beschikking moet stellen, tenzij het een startende onderneming betreft. ADVIES VAN DE NATIONALE ARBEIDSRAAD (NAR) EN DE CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN (CRB) Op 29 april 2026 brachten de NAR en de CRB een gezamenlijk en unaniem advies uit over het voorontwerp van wet betreffende de hervorming van het mobiliteitsbudget. Zij staan positief tegenover de verdere uitbouw van het systeem, maar vragen verschillende belangrijke bijsturingen. De sociale partners formuleren daarbij drie grote aandachtspunten: • Administratieve vereenvoudiging Volgens de NAR en de CRB is het huidige systeem vaak complex in de praktijk. Daarom wordt gevraagd om de administratieve lasten te verminderen, onder meer door een eenvoudigere berekening van de TCO en meer rechtszekerheid voor werkgevers. • Beperking van huisvestingskosten Vandaag kunnen onder bepaalde voorwaarden huisvestingskosten via pijler 2 worden gefinancierd. De NAR en de CRB vrezen dat dit kan leiden tot loonoptimalisatie en bijkomende druk op de woningmarkt. Daarom stellen de NAR en de CRB voor om het gebruik van het mobiliteitsbudget voor huisvestingskosten te beperken tot maximaal 50% van het totale mobiliteitsbudget voor nieuwe budgetten. • Een aantrekkelijkere pijler 2 De sociale partners zijn van oordeel dat het huidige aanbod van duurzame mobiliteitsoplossingen onvoldoende aantrekkelijk is om werknemers daadwerkelijk te doen overstappen van de bedrijfswagen naar alternatieve vervoersmiddelen. Zij vragen daarom een ruimer en gevarieerder aanbod binnen pijler 2 en meer dialoog op ondernemingsniveau over de concrete invulling ervan. PAYROLL 10
RkJQdWJsaXNoZXIy MzI0NzkwNg==