CLB Nieuws maart - april 2024

Bijkomende aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid vanaf 1 januari 2024 Zoals reeds toegelicht in het vorige CLB Nieuws, is de werkgever of het Fonds voor Bestaanszekerheid sinds 1 januari 2024 een bijkomende aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid verschuldigd. Deze bijkomende aanvullende vergoeding moet worden betaald voor alle vormen van tijdelijke werkloosheid, met uitzondering van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. MAANDLOON VAN DE WERKNEMER BIJKOMENDE AANVULLENDE VERGOEDING ≤ € 4.000 voor iedere dag die wordt gedekt door een tijdelijke werkloosheidsuitkering > € 4.000 van zodra de werknemer in hetzelfde jaar bij dezelfde werkgever meer dan 26 dagen tijdelijke werkloosheid telt en dit voor elke dag gedekt door een tijdelijke werkloosheidsuitkering vanaf de 27ste dag Een aantal bepalingen uit de regelgeving zijn onduidelijk of zorgen voor praktische problemen. Intussen heeft de FOD WASO een aantal openstaande vragen beantwoord. We bespreken ze hieronder. BOVENOP REEDS BESTAANDE WETTELIJKE OF CONVENTIONELE SUPPLEMENTEN De bijkomende aanvullende vergoeding komt bovenop de reeds bestaande wettelijke of conventionele supplementen. Ontvangt de werknemer echter een gelijkaardige aanvulling, die een percentage van het loon waarborgt, dat minstens gelijkwaardig is aan het inkomen van de werknemer mocht hij recht hebben op de bijkomende aanvullende vergoeding van € 5, dan is de werkgever de bijkomende aanvullende vergoeding niet verschuldigd. De wetgeving voorziet dat deze aanvulling voorzien moet zijn in een cao, maar de FOD WASO aanvaardt een soepeler lezing en acht het ook voldoende indien de aanvulling werd voorzien op basis van een andere rechtsbron, zoals bijvoorbeeld een individuele overeenkomst. ONDERSCHEID NAARGELANG MAANDLOON Voor de toekenning ervan wordt een onderscheid gemaakt naargelang de hoogte van het maandloon van de werknemer: • Hoe wordt het grensbedrag (maandloon van € 4.000) bepaald? Men kan zich baseren op het loon dat wordt aangegeven als basis voor de berekening van de uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid, d.w.z. het gederfde theoretische loon, dat meegedeeld wordt op de ASR. Bedragen die worden aangegeven onder code 2 in de DmfA (loonelementen die onafhankelijk van het aantal effectief gewerkte dagen tijdens het kwartaal worden toegekend, vb. eindejaarspremie) komen niet in aanmerking. • Wordt het grensbedrag geproratiseerd voor deeltijdse werknemers? De bepaling van het maandloon van € 4.000 is niet afhankelijk van de tewerkstellingsgraad, zodat dezelfde grens van toepassing is voor deeltijdse werknemers. 12 CONSULT

RkJQdWJsaXNoZXIy MzcyMTQ3